BTW-tarieven 2026: 21%, 9% en 0% uitgelegd
In het kort: in 2026 kent Nederland drie BTW-tarieven — 21% (standaard), 9% (verlaagd) en 0% (voor export en intracommunautaire leveringen). Vrijwel elke ondernemer is btw-plichtig. Blijf je onder € 20.000 omzet per jaar, dan kun je kiezen voor de kleineondernemersregeling (KOR) en helemaal geen BTW rekenen.
De drie BTW-tarieven in 2026
BTW (omzetbelasting) reken je als ondernemer bij je klant en draag je af aan de Belastingdienst. Voor 2026 gelden drie tarieven:
- 21% — het standaardtarief. Dit geldt voor de meeste goederen en diensten: elektronica, kleding, meubels, advies, software, horeca-alcohol en zakelijke dienstverlening.
- 9% — het verlaagde tarief. Dit geldt voor eerste levensbehoeften en enkele diensten (zie hieronder).
- 0% — het nultarief. Dit geldt bij export buiten de EU en bij leveringen aan btw-plichtige afnemers in andere EU-landen (intracommunautaire leveringen).
Belangrijk voor 2026: een eerder aangekondigde verhoging van het verlaagde tarief van 9% naar 21% voor cultuur, media en sport is tijdens de begrotingsonderhandelingen geschrapt. Het 9%-tarief blijft dus bestaan. Kom je een artikel tegen dat een cultuur-BTW-verhoging in 2026 claimt, dan klopt dat niet.
Wanneer geldt het 9%-tarief?
Het verlaagde tarief van 9% is bedoeld voor primaire levensbehoeften en een aantal specifieke diensten. Het geldt onder meer voor:
- Voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken
- Water
- Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen
- Boeken, kranten en tijdschriften
- Personenvervoer (bus, trein, taxi)
- Agrarische goederen
- Diverse diensten zoals kappers en het herstellen van fietsen en schoenen
Twijfel je of een specifiek product of dienst onder 9% of 21% valt? Ga altijd uit van 21% als hoofdregel en controleer de verlaagde-tarief-lijst van de Belastingdienst. Een verkeerd tarief kan bij een controle leiden tot naheffing.
Het 0%-tarief en verleggingsregels
Het nultarief (0%) is iets anders dan een vrijstelling. Bij 0% blijf je btw-plichtig en mag je de voorbelasting op je inkoop gewoon terugvragen — je rekent alleen 0% aan je klant. Het geldt vooral bij:
- Export van goederen naar landen buiten de EU
- Intracommunautaire leveringen aan een ondernemer met een geldig btw-nummer in een ander EU-land
Bij diensten aan buitenlandse ondernemers geldt vaak de btw-verlegging: je brengt geen Nederlandse BTW in rekening en zet op je factuur “btw verlegd”. De afnemer geeft de BTW dan zelf aan in eigen land. Vermeld in die gevallen altijd beide btw-nummers op de factuur.
Hoe reken je BTW uit?
BTW reken je over het bedrag exclusief BTW (de grondslag). Voor 21% vermenigvuldig je het nettobedrag met 1,21; voor 9% met 1,09. Wil je vanuit een brutobedrag terugrekenen naar de BTW, gebruik dan onze BTW-calculator — die doet het rekenwerk in beide richtingen.
Op je factuur vermeld je verplicht het BTW-bedrag per tarief. Lever je zowel 9%- als 21%-goederen, dan splits je de bedragen. De totale BTW die je in een kwartaal ontvangt, verminder je met de voorbelasting (de BTW die je zelf op zakelijke inkopen hebt betaald). Het verschil draag je af — of je krijgt geld terug.
Een klein rekenvoorbeeld: verkoop je voor € 10.000 aan diensten tegen 21%, dan reken je € 2.100 BTW bij je klanten. Heb je datzelfde kwartaal voor € 3.000 aan zakelijke inkopen gedaan met € 630 aan BTW, dan trek je die voorbelasting af. Je draagt dan € 2.100 − € 630 = € 1.470 af aan de Belastingdienst. Waren je inkopen hoger dan je omzet — bijvoorbeeld in een opstart- of investeringskwartaal — dan kan het saldo negatief uitvallen en krijg je BTW terug.
De kleineondernemersregeling (KOR): grens € 20.000
Blijft je met BTW belaste omzet in Nederland onder € 20.000 per kalenderjaar, dan kun je meedoen aan de kleineondernemersregeling (KOR). Kies je hiervoor, dan:
- reken je geen BTW aan je klanten;
- doe je geen BTW-aangifte meer;
- kun je de voorbelasting niet terugvragen op je inkopen.
De KOR is dus vooral gunstig als je weinig zakelijke kosten met BTW hebt en veel aan particulieren levert. Meld je aan via Mijn Belastingdienst Zakelijk; je aanvraag moet minimaal 4 weken voor de gewenste ingangsdatum binnen zijn. Meer hierover lees je in onze aparte gids over de KOR-regeling.
BTW-aangifte en deadlines
De meeste ondernemers doen per kwartaal aangifte. Je moet aangeven én betalen binnen één maand na afloop van het kwartaal. De veilige evergreen-regel: één maand na de periode. Voor 2026 betekent dat globaal 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januari 2027 — controleer de exacte, soms naar een werkdag verschoven data bij de Belastingdienst.
Een correcte BTW-administratie voorkomt naheffingen en boetes. Wil je zeker weten dat je tarieven, verleggingen en aangiftes kloppen? Onze boekhouders voor ZZP’ers nemen je BTW-aangifte volledig uit handen.